Die reden was, in een
woord, pijn. Via een zware persoonlijke worsteling met pijn had ik iets
geleerd waarvan ik dacht dat het de moeite waard was om aan de wereld
mee te delen. Ik geloofde dat ik iets nieuws had ontdekt bij het bestrijden
van pijn, dat mensenlevens net zo kon veranderen als het bij mij had
gedaan. Ik kon die kennis niet in gemoedsrust voor mezelf houden.
U
zou dit boek niet lezen als u niet ook te stellen had met een onopgelost
pijnprobleem - of als u niet gemotiveerd was om mensen met pijnklachten
te helpen. Ik hoop dat mijn verhaal u zal tonen wat je kunt doen als
niemand je kan helpen - als je zoveel pijn hebt dat je soms liever dood
was.
Vladimir
Horowitz' pianostemmer leerde me piano's stemmen. Dat was in 1960 en
ik was in opleiding bij Steinway & Sons in New York. Dat was een geweldig
begin. Toen ik daar wegging, begon ik in New York mijn eigen bedrijf
en werkte als pianostemmer bij mensen thuis, in kerken, concertcentra,
muziekstudio's en theaters. New York was goedkoop. Vele beroemdheden
kenden mijn werk. Ik had een motorfiets, vriendinnen - kortom het leven
was fantastisch.
Een
jaar of acht later verhuisde ik naar Kentucky, op zoek naar schone lucht
en een parkeerplaats voor mijn nieuwe auto. Ik vestigde me daar, trouwde
en kreeg twee pittige dochters. In de jaren die volgden restaureerde
ik honderden vleugels en stemde ik tienduizenden piano's in alle soorten
en maten. Het vak bood volop kansen aan een rusteloze en creatieve geest:
ik ontwikkelde tientallen nieuwe gereedschappen voor pianobouwers en
via de vele artikelen die ik schreef voor het Piano Technicians Journal,
werden mijn werkwijze, gereedschappen en naam bekend bij pianostemmers
uit de hele wereld. Ik verwierf een reputatie als iemand die goed eenvoudige
oplossingen kon vinden voor ingewikkelde problemen.
Maar gedurende mijn tijd
in het pianovak, had ik veel last van pijn - in mijn nek, in mijn rug,
kortom alle pijnen die je kunt verwachten als je zwaar lichamelijk werk
doet. Naarmate de tijd voorbij ging, begon ik me steeds meer zorgen
te maken hoe lang ik het nog zou volhouden. Ik kwam er langzamerhand
achter dat het levensgeluk en de beroepsuitoefening van bijna iedere
collega die ik ooit had gekend, op een zeker moment werden bedreigd
door een pijn die door ons vak werd veroorzaakt. Ik herinnerde me dat
een van mijn leraren bij Steinway zo veel last had van de pijn in zijn
schouder dat hij nauwelijks nog kon werken.
Toen ik uiteindelijk
zelf werd uitgeschakeld door een pijnlijke schouder, moest ik het feit
onder ogen zien dat er eigenlijk geen goede pijnbestrijding was. Het
kwam er op neer dat je maar pillen moest nemen en ermee moest 'leren
leven'. Het beroerdste bij die pijn was de ontdekking dat de artsen
en anderen die geacht werden je van de pijn af te helpen, dat niet konden:
velen van hen leken zelfs te alleen maar doen alsof ze je konden helpen.
En allemaal stuurden ze je torenhoge rekeningen, of ze je nu van je
klacht afgeholpen hadden of niet. Ik was op een zeker moment zo kwaad
en wanhopig dat ik me voornam mijn schouder dan maar zelf te genezen,
als het überhaupt mogelijk was
Toen dat uiteindelijk gelukt was, had ik mezelf niet alleen van de
pijn in mijn schouder bevrijd, maar had ik mijn pianowerk aan de
wilgen gehangen en was ik gediplomeerd massagetherapeut geworden.
In plaats van piano's, restaureerde ik nu mensen. Ik had mijn belangrijkste
levenswerk gevonden.
Niemand begreep schouders
Vreemd
genoeg werd de crisis die mijn leven veranderde niet eens direct veroorzaakt
door het werken met piano's, al weet ik zeker dat ik door mijn werk
wel risico's liep. Het gedonder begon op een morgen in januari, toen
ik met een zeurend pijntje in mijn schouder binnen kwam nadat ik de
sneeuw van mijn oprit had geschoven. Ik ging in mijn werkplaats aan
de gang, maar merkte dat ik mijn schouder steeds meer moest ontzien.
Alles wat ik deed irriteerde mijn schouder. Het duurde niet lang voor
ik mijn arm niet meer omhoog kon brengen. Al spoedig kon ik mijn kleinzoon
niet meer optillen, mijn veiligheidsgordel omdoen of onder een piano
kruipen zonder ondraaglijke pijn in mijn schouder. Het werd zo erg dat
een plotselinge beweging me een pijnscheut bezorgde alsof ik een elektrische
schok kreeg. Minutenlang lag ik dan buiten adem en krimpend van de pijn
op de grond. Ik kon niet slapen. 'snachts kwam ik uit bed om te proberen
de pijn te verzachten met ijsklontjes en een hete douche. Maar wat ik
ook deed, niets had een blijvend effect. Het ijs verdoofde de pijn lang
genoeg om weer in slaap te kunnen vallen, maar 'smorgens was de pijn
er weer in volle hevigheid.
Enkele
jaren voor deze ellende was ik bij een massagetherapeute geweest vanwege
een spastische spier in mijn rug. Het was een laatste poging, en ik
verwachtte er weinig van. Maar ze hielp me er vanaf en daarnaast ook
nog van de chronische pijn die ik in mijn armen en handen had. Ik voelde
me zo enorm opgelucht - en verbaasd! Ik was me er tot dan nauwelijks
van bewust geweest dat er zoiets als massage bestond, laat staan dat
het werkte. Ik was er van uitgegaan dat de pijn in mijn handen en armen
het onvermijdelijke gevolg was van mijn gevorderde leeftijd. Maar in
slechts drie behandelingen was ik verlost van een aandoening waar ik
al last van had gehad, zo lang als ik me kon herinneren. Met deze nieuwe
klacht aan mijn schouders kon zij mij niet helpen. Deze fantastische
vrouw was verhuisd en er zat niets anders op dan iemand te vinden die
over hetzelfde helende vermogen beschikte. Het was een vruchteloze speurtocht.
Het enige wat ik tegen kwam, kwam neer op een herhaling van het bekende
thema: ga maar rek en strekoefeningen doen. Maar de strekkingen maakten
de klacht alleen maar erger. Op een zeker moment kwam ik erachter dat
de therapeut die me van mijn frozen shoulder af probeerde te helpen,
heimelijk aan dezelfde kwaal leed! Ze kon zichzelf niet helpen en ze
kon mij niet helpen, maar wilde evengoed wel betaald worden.
Ik
kreeg de indruk dat niemand de werking van de schouder werkelijk begreep.
Ik probeerde hele rijen massagetherapeuten in de hoop op dezelfde ervaring
die ik eerder had meegemaakt. Maar eigenlijk verdeden ze allen hun tijd
met mijn schouder. Vanwege een eerdere ervaring had ik geen zin om het
in dit geval met een chiropractor te proberen. Ook had ik geen reden
om te denken dat artsen me iets anders dan pijnstillers of, erger nog,
een operatie zouden aanbieden. Je hoort ook wel dat artsen een frozen
shoulder met geweld trachten los te krijgen. 'Bedankt, maar aan mijn
lijf geen polonaise', dacht ik.
Tijdens
mijn frustrerende zoektocht naar een effectieve behandeling, ging ik
naar de jaarlijkse conferentie van het Gilde van pianotechnici. De hele
week door werden er lessen gegeven over diverse aspecten van de pianotechniek,
en ik voelde er me altijd enorm geïnspireerd door dynamische uitwisseling
van ideeën. Ik was vastbesloten om er, ondanks mijn handicap, naartoe
te gaan en hoopte dat enkele dagen vrij me zouden helpen. Maar het probleem
werd door het stilzitten en mijn arm bewegingloos tegen me aan klemmen
alleen maar erger. Ik wreef mijn schouder voortdurend; ik kneedde hem
en probeerde hem te ontspannen; heel voorzichtig en aarzelend probeerde
ik hem te buigen en te strekken. Het enige gevolg was dat de pijn in
de loop van de week steeds intenser werd. Ik kon alleen nog maar aan
de pijn denken.
Tijdens
de laatste nacht was de pijn zo erg dat zelfs de behandelingen met ijs
geen enkel effect meer hadden. Ik lag 'snachts om twee uur in mijn hotelbed
en huilde als een kind. Blijkbaar kon ik alleen maar hopen dat ik mijn
klacht zou overleven. Ik had gehoord dat het ongeveer een jaar duurt
voordat een schouder uit zichzelf geneest - als hij al geneest.
Terwijl ik mij daar wentelde in mij ellende, herinnerde ik mij plotseling
een paar medische boeken die ik jaren eerder bij mijn eerste massagetherapeute,
waar ik zo op gesteld was geweest, op het bureau had zien liggen.
Ze had me verteld dat ze die boeken voortdurend gebruikte, en volgens
mij was zij de enige die leek te weten wat ze met pijnklachten aanmoest.
Ik realiseerde me dat ik zelf een manier moest zien te vinden om
mij van mijn pijn te bevrijden en die medische boeken vormden op
zijn minst een uitgangspunt voor mijn speurwerk. Er gloorde weer
hoop.
Een nieuwe techniek
Toen
ik na de conferentie weer thuis was bestelde ik de boeken: deel 1 en
2 van Myofascial Pain and Dysfunction: The Trigger Point Manual,
geschreven door Janet Travell en David Simons. Ik schrok van de prijs
van deze medische literatuur en aarzelde, maar uiteindelijk vroeg ik
me af wat deze kennis me waard was. Mijn schouder beantwoordde de vraag
voor me.
Toen
ik de boeken ontving, ging ik een geheel nieuwe wereld binnen. Zodra
ik begon te lezen, begon het mysterie van mijn schouderklachten op te
lossen. In het Trigger Point Manual, vond ik honderden prachtige
illustraties van de spieren in het lichaam. Ze toonden voor iedere spier
de mogelijke triggerpoints en de pijnpatronen die ze in werking zetten.
Ik
merkte dat de fysiologie van een triggerpoint heel complex was, maar
dat ze uit praktisch oogpunt konden worden gezien als een 'spierknoop':
een bundeltje spiervezels die zich niet ontspant, maar steeds strak
aangespannen blijft. Een triggerpoint in een spier kan ofwel heel pijnlijk
zijn, ofwel helemaal niet pijnlijk, tenzij hij wordt aangeraakt. Meestal
stuurt hij zijn pijn echter heimelijk ergens anders heen. Ik begreep
dat veel van mijn pijn, misschien zelfs de hele pijn, deze mysterieuze
afgeleide pijn was. Ik had nooit begrepen waarom al mijn wrijven nooit
iets geholpen had. Het was een vergissing om aan te nemen dat het probleem
zat op de plaats waar de pijn was!
De
pijn in de voorkant van mijn schouder kwam in feite van achteren, uit
triggerpoints in de infraspinatus. Dit is een spier die de buitenste
rand van het schouderblad deels bedekt. De diepe pijn achter mijn schouder
was afkomstig van triggerpoints in de subscapularis, een spier aan de
onderkant van mijn schouderblad, tussen het schouderblad en de ribben.
De niet aflatende pijn aan de binnenste rand van mijn schouderblad daarheen
werd afgeleid door triggerpoints in de scalenusspieren, die aan de voor
en zijkant van mijn hals lopen. Geen wonder dat niemand wist hoe ze
me konden helpen.
Het was me duidelijk
dat ik alleen maar een groot aantal triggerpoints had in mijn schouderspieren
- later bleek dat ik ze in meer dan twintig spieren had. Mijn eerste
massagetherapeute, waar ik zo op gesteld was, had me met veel succes
behandeld met gewone massagetechnieken. Nu begreep ik dat zij met triggerpoints
werkte. Misschien kon ik mijn triggerpoints zelf met massage behandelen.
Het kwam bij me op dat deze klus wel geschikt zou zijn voor iemand die
een technische instelling had - misschien dat iemand die slim genoeg
was om de complexiteit van een piano aan te kunnen, een goed basis had
om triggerpoints op te ruimen.
Aangespoord door mijn
ellende en mijn enthousiasme over deze nieuwe ideeën, bestudeerde ik
Travell en Simons dag en nacht. Ik merkte dat de triggerpoints onder
invloed van mijn eigen handen verdwenen als ik maar volhield. Na ongeveer
een maand vlijtig toepassen wat ik hoofdstuk na hoofdstuk aan het leren
was, was ik erin geslaagd mijn schouder te repareren... mijn eigen schouder!
Ik was stomverbaasd. De pijn was verdwenen. Ik kon mijn arm weer omhoog
brengen. Ik kon weer een hele nacht slapen. Het werkte écht!
Met mijn aangeboren optimistische aard, zag ik de zaken onmiddellijk
in een ruimer perspectief. Ik zag dat ik hiermee de werktuigen in
handen had om mijzelf te behandelen, tenminste, als het om myofasciale
pijn ging. Ik ging ervan uit dat ik in staat zou kunnen zijn elk
triggerpoint te behandelen waar ik met mijn handen bij kon en zo
vrijwel elke pijn kon doven die ik zou kunnen krijgen. Ik zou een
compleet systeem kunnen ontwikkelen, een nieuwe techniek, en misschien
zouden ook andere mensen daar baat bij kunnen hebben.
Mechanische vindingrijkheid
Travell
en Simons hebben geweldig werk verricht doordat zij de wetenschap van
de myofasciale pijn aan de medische gemeenschap hebben gegeven. Barbara
Cummings' tekeningen verduidelijken ieder aspect van het onderwerp.
Zonder deze toegewijde mensen zou de wetenschap van de triggerpoints
en verplaatste pijn nog steeds onoverzichtelijk, onbekend en ontoegankelijk
zijn.
Jammer
genoeg zijn hun twee belangrijkste werkwijzen bij het deactiveren van
triggerpoints niet gericht op zelfbehandeling. Ze zijn specifiek bedoeld
voor de arts en de fysiotherapeut: de arts kan triggerpoints inspuiten
met procaine, wat een plaatselijk werkende pijnstiller is, en de fysiotherapeut
zou de triggerpoints weg kunnen strekken. Maar de werkwijze voor de
fysiotherapie, die Travell en Simons de 'methode van het werkpaard'
noemden, zat me niet lekker. Hij gaat uit van het strekken van spieren,
wat bij mij zo ineffectief en zelfs gevaarlijk was gebleken, omdat mijn
schouderklachten er enorm door waren verergerd. Ze hadden er wel voor
gezorgd dat het strekken veiliger werd door eerst een verkoelende spray
te gebruiken. De spray leidt de aandacht het zenuwstelsel als het ware
af, waardoor onderliggende spieren minder snel in de verdediging schieten
en strak trekken. Veilig of niet, ik vond deze methode met zijn spray
en strektechniek omslachtig, en bovendien onbruikbaar voor gebieden
waar je moeilijk bij kunt.
Het
leek me omslachtig en inefficiënt om te proberen relatief kleine triggerpoints
te behandelen door een hele groep onwillige spieren te strekken. Het
probleem zit hem niet in de globale spanning in een spier, maar in het
triggerpoint, dat een heel specifieke en duidelijk omschreven plek heeft
binnen een spier. De samengeknotte spiervezels van een triggerpoint
moeten natuurlijk ontspannen, maar waarom zou je de plek die de oorzaak
is van de klacht niet direct behandelen? Voor mij was massage de aangewezen
behandelmethode, en bij triggerpoints bleek het te werken - mijn eerste
massagetherapeute had dat bewezen.
Ik
wilde eenvoudige manieren vinden om massage voor zelfbehandeling te
kunnen toepassen. Ik wilde een complete methode ontwikkelen, waarmee
triggerpoints op elke plaats in het lichaam behandeld zouden kunnen
worden. Ik wilde iets dat gewone mensen zoals ikzelf meteen zouden kunnen
begrijpen en gebruiken. En ik was ervan overtuigd dat dit mogelijk was.
Onder
de piano technici bij Steinway vroeger, was het mooiste compliment dat
je kon krijgen als je een 'aardig goede monteur' werd genoemd. Een goede
monteur had oog voor details en hij werkte aan zijn klus tot hij hem
geklaard had. Hij vond een oplossing voor elk probleem, ook al stond
er niets over in de handboeken. Tot dat moment draaide mijn leven om
het zijn van een goede monteur en het vinden van eenvoudige oplossingen.
Dat was precies wat ik ook doen moest om manieren te vinden waarop je
triggerpoints kon behandelen. Voor het behandelen van triggerpoints
vond ik dat je het lichaam het best kon zien als een machine, een mechanisch
systeem van hefbomen, draaipunten en krachten, vooral met betrekking
tot de botten en de spieren. Zo een systeem kon ik begrijpen. Een leven
lang werken met mijn handen begon op een nieuwe en onverwachte wijze
zijn nut te bewijzen.
Mijn
eerste uitdaging was dat ik de precieze plaats van elke spier moest
leren kennen, me voor moest stellen hoe ze aan de botten waren bevestigd
en te begrijpen welke taak hij uitvoerde. Het was de kunst om de juiste
massagetechniek te vinden waar een triggerpoint goed op zou reageren.
De moeilijkheid lag hem in het verzinnen van mogelijkheden om onbereikbare
plaatsen te bereiken en in ongemakkelijke houdingen kracht uit te oefenen
zonder mijn handen en vingers te pijnigen. Ze kregen in de loop van
een gewone werkdag immers al genoeg te verduren.
Het
project werd een obsessie. Ik stond op met Travell en Simons en ik ging
ermee naar bed. Ik studeerde op de parkeerplaats bij McDonalds. Ik gebruikte
mijn eigen lichaam als studieobject en ontdekte elke dag wel iets nieuws.
Ik vond overal triggerpoints en leerde pijnen kennen waarvan ik niet
eens wist dat ik ze had. Ik wilde over niets anders dan triggerpoints
praten en groette mijn familie vaak opgewonden met de uitroep 'Ik heb
er weer een gevonden! Ik heb er weer een!' In drie jaar leerde ik triggerpoints
vinden en behandelen in 120 paar spieren, waardoor ik in staat was elk
triggerpoint uit het boek van Travell en Simons te behandelen, behalve
dan die binnen in het bekken.
Een wereld van pijn
De
belangrijkste zaak waar Travell en Simons op ingaan is de foutieve diagnose
bij pijn. De pijn die door triggerpoints wordt veroorzaakt lijkt op
de symptomen van een lange reeks gewone aandoeningen. Artsen die alle
mogelijke oorzaken van een bepaalde klacht tegen elkaar afwegen, hebben
zich zelden gerealiseerd dat er een myofasciale oorzaak kan zijn. De
studie van triggerpoints heeft nooit deel uitgemaakt van de studie geneeskunde.
Travell en Simons menen dat de meest voorkomende pijnen worden veroorzaakt
door triggerpoints en dat gebrek aan kennis van dit concept onvermijdelijk
een foutieve diagnose tot gevolg heeft, waardoor men uiteindelijk niet
in staat is de klacht effectief te verhelpen (Travell & Simons 1999:
12-14).
Vanaf
het begin had ik het idee dat het geweldige werk van Janet Travell en
David Simons om de een of andere reden in een zwart gat was gevallen
en het risico liep begraven en vergeten te worden. Travell's ontdekkingen
over pijn hadden het land stormenderhand moeten veroveren en hadden
de wereld van de gezondheidszorg moeten veranderen. Het eerste deel
van het Trigger Point Manual werd al in 1983 uitgegeven, maar in de
openbare bibliotheek was over triggerpoints niets te vinden. In geen
van de bekende medische handboeken voor het gezin kregen de triggerpoints
zelfs maar een voetnoot. Artsen gebruikten nog steeds pijnstillers als
belangrijkste middel om de pijn te bestrijden. Velen van hen stonden
ronduit vijandig tegenover het idee achter triggerpoints en deden het
af als nepgeneeskunst, iets wat alleen in de fantasie bestaat.
Het
leek erop dat alleen massagetherapeuten op de hoogte waren van triggerpoints
en doorgestuurde pijn. In mijn ervaring waren er slechts enkele masseurs
die triggerpoints vakkundig wisten te gebruiken. Erger was nog het feit
dat een toenemend aantal onbewezen technieken door massagetherapeuten
werd aangeboden, waardoor de beroepsgroep een twijfelachtig imago kreeg
en de elegante wetenschap van de myofasciale pijnbestrijding werd gezien
als een van de vele technieken die gemakkelijk aan het placebo-effect
toe te schrijven waren. Hoe zouden de medische wereld en het publiek
triggerpointtherapie met zo een imago ooit serieus kunnen nemen?
Er was in de wereld veel
pijn en een grote behoefte aan een eenvoudige en eerlijke behandeling,
en ik wist dat ik die kon bieden. Ik had niet de hoop dat artsen ooit
naar mijn uitleg over triggerpointtherapie zouden willen luisteren.
Het leek me logischer dat ik zou proberen het publiek rechtstreeks te
bereiken met de feiten over myofasciale pijn. Ik begon te overwegen
mijn pianobedrijf achter me te laten. Ik had belangrijker dingen te
doen.
Het eerste dat ik wilde
doen was schrijven over hoe je jezelf kunt behandelen bij pijnklachten,
voor al mijn zieke vrienden bij het Gilde van Pianotechnici. Eerdere
artikelen in het Piano Technicians Journal hadden me een vaste kring
van lezers en volgelingen bezorgd. Ik ging ervan uit dat mijn ideeën
over pijn daar een grotere kans op publicatie hadden dan waar ook
Ik stelde me ook voor
dat ik workshops en cursussen zou geven over de zelfbehandeling van
pijnklachten en dacht dat een diploma van een massage-opleiding me een
nog grotere geloofwaardigheid zou geven. Maar ik had nog een betere
reden om een massage-opleiding te bezoeken. Mijn dochter Amber had last
van chronische pijn in haar rug nadat ze een keer een te zware stoel
had getild tijdens het verwisselen van decorstukken bij een theatervoorstelling.
Ik wilde mijn kennis over triggerpoints toepassen en probeerde haar
te masseren, maar ik was er niet erg goed in. Ik was niet op de hoogte
van de beproefde massagetechnieken die therapeuten toepassen, en het
leek me de moeite waard ze te leren, al was het maar om mijn dochter
beter te kunnen helpen. En alles wat mijn methode voor zelfbehandeling
verbeterde was mooi meegenomen.
Ik schreef me in bij de grootste massageschool die ik kon vinden; een
met een goed georganiseerde studentenkliniek, waar ik in de kortst
mogelijke tijd veel ervaring zou kunnen opdoen. Op dat moment kon
ik me niet voorstellen dat ik een professionele massagetherapeut
zou worden, maar de vaardigheden wilde ik in elk geval wel. Geholpen
door mijn schoonzoon, die ik had opgeleid zodat hij mijn pianobedrijf
over zou kunnen nemen, werkte ik mij door een achterstand heen van
een half dozijn restauratieklussen. Zo creëerde ik voldoende ruimte
in mijn agenda om met een zes maanden durende cursus te beginnen
aan het Utah College of Massage Therapy.
De massage-opleiding
We
zaten met zijn negenenveertigen in de cursus: zesendertig vrouwen en
dertien mannen. De mensen hadden zeer verschillende achtergronden, kwamen
uit vele staten en verre landen en de leeftijden liepen uiteen van zeventien
tot zestig. Het was al snel duidelijk dat ik de oudste was (en door
de meeste anderen misschien gezien werd als een krakkemikkige ouwe sok),
maar ook de enige die geheel pijnvrij was. Alle anderen - jong en oud,
man en vrouw - hadden wel last van een of andere chronische pijnklacht.
Het leek erop dat bijna iedereen naar de opleiding was gekomen omdat
ze chronisch last van pijn hadden en op zoek waren naar een oplossing
die ze nergens anders hadden kunnen vinden.
Het
leek me ironisch dat ik op de opleiding kwam nadat ik beide delen van
Travell en Simons' Trigger Point Manual had gelezen en een heel
eind op weg was bij de ontwikkeling van mijn methode voor zelfgenezing,
maar dat niemand naar me wilde luisteren. Ik had net een bedrijfstak
verlaten waar mijn woord gelijk stond aan de bijbel. In de rol van student
was mijn status als autoriteit teruggebracht tot nul. Niemand wilde
weten wat ik te vertellen had over triggerpoints. Ik kon slechts staan
kijken hoe medecursisten soms een aanval van pijn hadden, meestal in
de nek of de rug, en naar de chiropractor of de eerste hulp renden.
Elke keer dat ik mijn hulp aanbood werd ik afgewezen.
Het was nog moeilijker om de docenten te benaderen voor zelfmassage,
maar de docent anatomie bleek zich minder bedreigd te voelen dan
de anderen. Hij was een grote vent vol zelfvertrouwen en met een
groot gevoel voor humor, die niet bang was zijn overwicht op de
studenten te verliezen. Hij hoorde me eens tijdens een pauze met
een klasgenoot praten over triggerpoints en vroeg me of ik pijn
kon verhelpen. Hij vertelde me dat hij vaak last had van een pijn
die diagonaal door een kant zijn borst schoot. Die ochtend had hij
er ook last van. Hij wist dat het niet zijn hart was, want dat was
net nog gecontroleerd. Terwijl hij sprak stond ik op en pakte hem
net boven het sleutelbeen bij de hals. Plotseling was hij stil en
huiverde hij, waarna hij uitriep: 'Hé, dat is het! Daar zit mijn
pijn! Hoe heb je dat gedaan?' Een triggerpoint in zijn scalenusspier
veroorzaakte de pijn in zijn borst. Ik liet hem zien hoe hij het
punt zelf kon behandelen en later vertelde hij me dat de pijn was
verdwenen en niet meer was teruggekeerd.
Ik kon er niet over uit
Deze man was een gediplomeerd verpleger en een begaafd docent anatomie,
die zijn spieren kende maar niet op de hoogte was van zijn eigen triggerpoints.
Hij was het product van een systeem dat artsen opleidt met dezelfde
verbazingwekkende lacune in hun kennis
Nadat
mijn klasgenoten hadden gezien hoe ik de triggerpoints van onze anatomiedocent
had aangepakt, vroegen ze me meer trucjes vertonen. Ik liet een medestudent
zien hoe ze van haar sinuspijn af kon komen door haar kaakspieren te
behandelen. Een ander verloste ik van de pijn in zijn voeten door zijn
kuiten te masseren. Een derde hielp ik van haar duizeligheid af door
aandacht te besteden aan de triggerpoints in de hals. Anderen kwamen
uiteindelijk naar me toe vanwege diverse soorten rugpijn. Tegen het
einde van de opleiding mocht ik voor de klas de technieken laten zien
waarmee je afkomt van pijn in armen en handen, iets waar we allemaal
last van hadden als we in de kliniek werkten. In het weekend werd de
kliniek bemand door meerdere klassen masseurs in opleiding, waar we
met elkaar regelmatig zo'n twaalfhonderd massages gaven.
In
die kliniek zag ik dezelfde pijnpatronen die ik bij mijn medestudenten
ook was tegengekomen: veel rugklachten, en bijna iedere andere pijnklacht
die je maar kon verzinnen. Ik zag pijn in ieder lichaamsdeel en ieder
gewricht: schouders, ellebogen, polsen, knokkels, heupen, knieën en
enkels. Opvallend was dat de cliënten hun ronde langs artsen, chiropractors,
fysiotherapeuten en dergelijke hadden gemaakt, in hun zoektocht naar
een wonderdoener in een witte jas. Ze hadden yoga geprobeerd, magneten,
diëten, kruidentherapie en acupunctuur. Sommigen hadden hun klacht al
tien jaar of langer. Velen dachten dat zich gewoon artritis begon te
ontwikkelen en slikten daarvoor hun pillen. Door hun pijn voelden ze
zich ouder dan ze waren. Ze vreesden voor hun baan. Velen voelden zich
depressief door hun voortdurende pijn.
Het was ergerlijk om
dezelfde verhalen keer op keer aan te horen en te weten hoe eenvoudig
hun problemen te verhelpen waren en dan te weten hoeveel cliënten de
massage kliniek als een laatste strohalm aangrepen. Naar mijn mening
is massage het enige middel dat voor dit soort pijnen werkt, en massage
zou het eerste moeten zijn dat je probeert, niet het laatste. Ik merkte
steeds dat triggerpoints de oorzaak waren van de klachten van mijn cliënten
en ze voelden zich na de behandeling bijna altijd een stuk beter. Velen
ervan stapten van mijn tafel in de wetenschap dat ze eindelijk iets
gevonden hadden dat echt werkt. Ook ik kreeg steeds meer het gevoel
dat ik iets had gevonden dat werkt. Ik vond het geven van massages erg
fijn - ik was er verbaasd over hoe fijn. Ik deed extra diensten en noteerde
tweemaal zoveel uren als nodig was voor mijn diploma.
Toen ik nog niet regelmatig
in de kliniek werkte, had ik nog niet door dat het geven van massages
een manier was om voor mezelf te zorgen. Ik zag het diploma van een
gerenommeerde massageschool als manier om geloofwaardigheid te krijgen
voor als ik lessen in zelfmassage zou geven. Ik had niet verwacht dat
het geven van massages mij net zo veel goed zou doen als mijn cliënten,
misschien zelfs meer. Ik merkte dat ik vriendelijker werd en meer mededogen
had. Het vermogen om mijn eigen pijn te behandelen maakte dat ik beter
in staat was om ook voor anderen te zorgen. De zes maanden aan het Utah
College of Massage Therapy hadden een ander mens van me gemaakt. Het
speet me dat ik er niet eerder aan was begonnen.
Terugkerende thema's
Ik
voltooide mijn serie van acht artikelen over zelfmassage van triggerpoints
voor de Piano Technicians Journal toen ik nog op de opleiding zat. Ze
begonnen twee maanden na mijn diplomering te verschijnen. Na de publicatie
van mijn eerste artikel belden wanhopige pianotechnici vanuit heel Canada
en de Verenigde Staten me met vragen om hulp. Ze wilden niet wachten
totdat het artikel zou verschijnen waarin hun specifieke probleem werd
behandeld. Velen stonden op het punt vanwege hun chronische pijn te
stoppen met hun werk. Sommige hadden er al meer dan twintig jaar last
van, probeerden net als ik herhaalde malen hulp te vinden, en met hetzelfde
teleurstellende resultaat.
Een
pianostemmer uit New England werd geteisterd door herhaalde ernstige
pijnen in beide knieën, sinds hij twaalf jaar daarvoor de hoogste berg
in Maine, Mount Kathadin, had beklommen. De pijn was tijdens de afdaling
begonnen en zijn vrienden hadden hem bijna helemaal naar beneden moeten
dragen. Tegenwoordig kon hij zelfs niet eens meer zijn grasmat maaien
zonder daar dagenlang voor te moeten boeten. Met mijn aanwijzingen via
de telefoon vond hij de triggerpoints in zijn bovenbeenspieren die de
pijn in zijn knieën veroorzaakten. Toen hij ophing was zijn pijn verdwenen.
Hij had nooit kunnen weten dat het probleem niet in zijn knieën zat
maar in de spieren van zijn bovenbenen. Deze waren overbelast geweest
doordat zij niet gewend waren aan bergklimmen, en zijn artsen, fysiotherapeuten
en chiropractors hadden het ook niet geweten. Een paar maanden later
vertelde hij me tijdens de landelijke conferentie voor pianotechnici
dat hij zijn triggerpoints was blijven behandelen en dat hij geen last
meer van zijn knieën had. Ik was net zo blij als hij.
Ik
zou op die conferentie een workshop geven over de zelfbehandeling van
pijn en maakte me zorgen dat er niemand zou komen. Maar ik had beter
moeten weten, gezien het aantal telefoontjes dat ik had ontvangen. Er
kwamen honderd en tien belangstellenden en iedereen moest in de relatief
bescheiden vergaderzaal blijven staan. Een ding wist ik van elke persoon,
al voordat de workshop begon: ze hadden allemaal last van pijn.
Pianotechnici
zijn de meest verscheiden, intelligente en creatieve groep mensen die
ik ooit heb mogen ontmoeten. Tevens zijn ze zeer assertief en onafhankelijk.
Sommigen zouden liever sterven dan om hulp vragen. Als ik ze zou kunnen
vertellen hoe ze zichzelf van hun pijn af konden helpen, dan wilden
ze dat horen. Hun behoefte was zo groot, dat geen van hen zijn ogen
ook maar een moment van mij afnam. Ik voelde me zeer bemoedigd.
Het
was de eerste conferentie waar ik niet naar toe ging als pianostemmer,
maar als massagetherapeut. Ik bezocht die week zelf geen enkele lezing,
ging niet naar commissievergaderingen en ik ging 'savonds zelfs niet
naar de kroeg. Ik had belangrijkere dingen te doen. Ik was iedere dag
van acht uur 'smorgens tot tien uur 'savonds druk met het masseren van
triggerpoints en verliet mijn kamer alleen om even een hapje te eten.
De mensen die me bezochten waren niet alleen pianostemmers; ook hun
partners hadden hulp nodig. Ook al waren er enkele terugkerende thema's,
zoals pijn in de schouder, ze kwamen met allerlei problemen bij me -
rugpijn, nekpijn, hoofdpijn, stijve handen - net als in de kliniek op
de massageschool. De deelnemers aan de conferentie kwamen uit het hele
continent, sommigen zelfs van nog verder. Maar waar deze mensen ook
woonden, ze vertelden allemaal hetzelfde verhaal: ze konden geen goede
behandeling vinden. Niemand leek te weten wat hun pijn veroorzaakte
en niemand kon ze helpen.
Eenmaal
terug in Kentucky, toen ik met mijn massagepraktijk was begonnen, zag
ik opnieuw alle nu bekende patronen. Iedereen die zich wilde laten masseren
was al bij een arts of pijnbestrijdingcentrum geweest. Bijna allemaal
waren ze naar de chiropractor geweest, en velen, vanwege hun pijn, naar
de eerste hulp. De meesten waren bij de fysiotherapeut geweest. Ze hadden
alles geprobeerd, ook diverse vormen van alternatieve geneeskunde. Sommigen
hadden zelfs al massage geprobeerd, maar waren er niet van onder de
indruk. Het was ontspanningsmassage: het was wel prettig, maar had niets
aan hun pijn veranderd.
Het
viel me op dat bijna iedereen die bij me kwam ook rugklachten had, naast
de andere klacht die ze hadden. Hun eerdere behandelaars hadden zich
op de ruggengraat gericht. Men vertelde me over injecties met papaja
of cortisonen. Men kreeg meestal te horen dat ze artritis hadden of
een kapotte tussenwervelschijf, of dat het kraakbeen versleten was.
Ze hadden röntgenfoto's te zien gekregen, die moest staven wat de artsen
vertelden. Een vrouw had een afspraak gemaakt om twee wervels vast te
laten zetten. Sommigen waren al onder het mes geweest, en vaak hadden
ze na de operatie nog net zoveel pijn als ervoor. De chirurg antwoordde
dan meestal dat hij niets meer voor hen kon doen, om ze vervolgens weer
pijnstillers voor te schrijven en ze weg te sturen naar de fysiotherapeut.
Dit soort verhalen kreeg ik telkens weer te horen. En telkens merkte
ik weer dat triggerpointtherapie ze opluchting bood waarnaar ze al zo
lang op zoek waren. Waren de triggerpoints misschien vanaf het begin
het probleem geweest? Of artritis? Of de tussenwervelschijven? In Travell
en Simons' Trigger Point Manual las ik dat je hernia kunt hebben en
artritis in je ruggengraat, maar dat myofasciale triggerpoints nog steeds
de belangrijkste oorzaak kunnen zijn.
Een
cliënt vertelde me dat haar arts haar had toevertrouwd dat hij ook last
had van pijn in zijn rug. Net als zij droeg hij magneten onder zijn
kleding. Veel cliënten dragen magneten onder hun kleding en schaamden
zich er een beetje voor om het te zeggen. Ja, zeiden ze, de magneten
leken wel iets te helpen, maar de pijn kwam altijd terug. Zo was het
ook met TENS apparaatjes: als je het afdeed, was je weer terug bij af.
(Een TENS apparaatje geeft via de huid elektrische stimulatie van een
zenuw. De schokjes storen het pijnsignaal, maar hebben geen invloed
op de oorzaak van de pijn.)
Bijna
iedereen die ik behandelde, gebruikte pijnstillers, al koesterden weinigen
de illusie dat de pijnstillers een echte oplossing waren. Men lijkt
intuïtief te weten dat het wegstoppen van de pijn je er alleen maar
van weerhoudt het werkelijke probleem te zien. Als je het probleem verstopt,
heb je nooit de mogelijkheid het aan te pakken. Als je het zó ziet,
zorgen pijnstillers feitelijk dat de pijn blijft bestaan. Mensen willen
echte oplossingen; ze willen de klacht niet onderdrukken met medicijnen.
Nog
een thema dat ik veel zag bij de mensen me bezochten, was een verdoofd
gevoel en pijn in de handen en vingers. Ik begon de indruk te krijgen
dat het toetsenbord van de computer de natie kreupel aan het maken was.
Ik zag allerlei soorten polsbandages. Een arts had de handen van een
vrouw in het gips willen stoppen om haar verdoofde handen te genezen.
Veel cliënten vreesden dat ze een carpaal tunnelsyndroom hadden, of
waren al zo gediagnosticeerd, maar een behandeling van de triggerpoints
in de onderarmen, schouders en de hals, nam de pijn en het dove gevoel
in alle gevallen weg. Meestal tot grote verbazing van de cliënt. Het
verbaasde mij al snel niet meer. De behandeling van 'carpaal tunnel'
symptomen was zo consequent succesvol, dat ik me begon af te vragen
of het carpaal tunnelsyndroom wel bestond.
Wat betekende dit alles voor mij? Ik wist hoe ik mezelf kon helpen
en het was duidelijk dat ik ook anderen kon helpen, maar hoe kon
ik mijn nieuw gevonden talenten het best benutten? De wereld was
inderdaad vol van pijn, maar ik was als massagetherapeut te laat
begonnen om veel mensen een voor een te kunnen helpen. Op mijn leeftijd
heb ik geen lange carrière als genezer voor me. Wat kon ik voor
de wereld met pijn betekenen, met de tijd en energie die me nog
restten? Het werd me steeds duidelijker dat ik een boek over triggerpointtherapie
zou moeten schrijven en deze informatie binnen het bereik zou moeten
brengen van zoveel mogelijk mensen.
Een groter net uitgooien
Een arts zou dit boek hebben moeten schrijven. Het zou geschreven
moeten zijn door een betrouwbare expert in een witte jas, met jaren
en jaren ervaring en tientallen artikelen in medische tijdschriften
op zijn naam. Als mijn naam op de kaft van dit boek gevolgd werd
door de kwalificatie 'arts', was het niet nodig geweest dit hoofdstuk
te schrijven. De bedoeling van dit hoofdstuk is dat het je een reden
geeft om te vertrouwen op wat ik over pijn te zeggen heb, een reden
om je ongeloof even opzij te zetten en mijn methode een eerlijke
kans te geven. Het beste bewijs dat mijn methode werkt, komt voort
uit je eigen ervaring ermee. Alleen door het zelf uit te proberen,
kun je mijn bewering over zijn succes op zijn waarde beoordelen.
Ik beweer niet dat ik een pijnexpert ben. Dat zijn Travell en Simons.
Met het schrijven van dit boek heb ik vooral geprobeerd hun enorme
hoeveelheid kennis in een begrijpelijker vorm te gieten en het aan
jou over te dragen. Maar het feit dat ik heb uitgepuzzeld hoe ik
mijn eigen pijn kon verhelpen, heeft ook zijn waarde. En ook het
feit dat ik gediplomeerd massagetherapeut ben, omdat ik mijzelf
en mijn cliënten heb laten voelen dat ik weet hoe ik pijn voor anderen
kan verhelpen.
Het leek me dat je geïnteresseerd zou zijn in het verhaal over
mijn schouder. Ik dacht ook dat je zou willen weten hoe de wijsheid
van Janet Travell en David Simons mij hielpen mijn problemen te
overwinnen en hoe ze me een totaal nieuw leven hebben gegeven. Ik
dacht dat het verhaal van mijn succes bij het verslaan van de pijn
je misschien een sprankje hoop zou geven: mijn nieuwe leven biedt
ook jou de mogelijkheid van een nieuw leven. Mijn hoop is dat dit
boek bruikbaar is. Jij bent degene die laat zien of dat zo is.
|