Triggerpoints Triggerpoints
veroorzaken hoofdpijn, pijn in nek en kaak, pijn in de onderrug, tennisarmen and
carpaaltunnel syndromen. Ze zijn de bron van de pijn in gewrichten, zoals de schouder,
pols, heup, knie en enkel, die zo vaak wordt aangezien voor artritis, tendinitis,
bursitis, en letsel aan de gewrichtsbanden. Triggerpoints veroorzaken ook nog
andere symptomen, zoals duizeligheid, oorpijn, sinusitis, misselijkheid, maagzuur,
hartritmestoornissen, pijn aan de geslachtsdelen en gevoelloosheid in handen en
voeten. Zelfs fibromyalgie kan zijn oorsprong hebben in triggerpoints. Gelukkig
komen de symptomen die door triggerpoints worden veroorzaakt voor in voorspelbare
patronen. Als je weet waar je zoeken moet, zijn triggerpoints gemakkelijk te vinden
en uit te schakelen. Het systeem van zelfmassage, dat in het Handboek Triggerpoint-therapie
wordt gepresenteerd, biedt vaak in luttele minuten verlichting. De meeste problemen
kunnen in drie tot tien dagen worden geëlimineerd. Zelfs langdurig chronische
klachten kunnen in minder dan anderhalve maand aanzienlijke verbetering te zien
geven. De fysiologie van een triggerpoint Het
deel van een spiervezel dat de feitelijke contractie verzorgt is een microscopisch
kleine eenheid die sarcomeer wordt genoemd. Een sarcomeer trekt zich samen als
zijn twee delen bij elkaar komen en zich als vingers in elkaar vouwen. In je spieren
moeten miljoenen sarcomeren zich samentrekken om ook maar de geringste beweging
te veroorzaken. Een triggerpoint bestaat als te sterk gestimuleerde sarcomeren
chemisch niet langer in staat zijn hun samengetrokken toestand te verlaten. Onderstaande
tekening is een getekende weergave van meerdere spiervezels binnen in een triggerpoint.
Hij is gebaseerd op een fotografische opname via een electronenmicroscoop. Letter A is een spiervezel in een normale ruststand,
uitgerekt noch samengetrokken. De afstand tussen de korte dwarsvebindingen (Z
verbanden) binnen de vezel definieert de lengte van de individuele sarcomeren.
De sarcomeren lopen in de lengte van de vezel, loodrecht op de Z verbanden. Letter
B is een knoop in een spiervezel die bestaat uit een aantal sarcomeren
in de toestand van continue maximum contractie die kenmerkend is voor een triggerpoint.
De opgebolde verschijning van de spierknoop laat zien hoe dat segment van de spiervezel
is samengetrokken en korter en dikker is geworden. De Z verbanden zijn heel dicht
bij elkaar getrokken. Letter C is het deel van de spiervezel
dat zich uitstrekt van de spierknoop tot aan de aanhechting van de spier (in dit
geval aan het borstbeen). Let op de grotere afstand tussen de Z verbanden, wat
aangeeft hoe de spiervezel wordt uitgestrekt door de spanning binnen in de spierknoop.
Deze overstrekte segmenten veroorzaken het strakke en verkortte gevoel in een
spier. Normaal gesproken werken de sarcomeren als kleine pompjes. Ze trekken
zich samen en ontspannen om het bloed, dat in hun metabolische behoeften voorziet,
door de capillairen te laten circuleren. Als de sarcomeren in een triggerpoint
hun contractie vasthouden, stopt in feite de bloedcirculatie in het betreffende
gebied. Het gebrek aan zuurstof en de ophoping van afvalstoffen irriteren het
triggerpoint. Het triggerpoint reageert op deze noodtoestand met het versturen
van pijnsignalen. De massage van het triggerpoint spoelt het weefsel schoon
en helpt de vastgelopen sarcomeren in het triggerpoint weer los te komen. Door
direct op de triggerpoints te werken, is massage de veiligste, meest natuurlijke
en meest effectieve vorm van pijntherapie. |